Op vrijdagavond 6 oktober had de opening plaats van het Symposium “Koester uw bermen”.

De vele aanwezigen werden verwelkomd in een zaal van de Kimpel door schepen van Leefmilieu Veerle Schoenmaekers, tevens voorzitster van de Vlinderwerkgroep van de Stad Bilzen.

Eerste spreker van de avond was dhr Martin Stinckens, coördinator van de Vlinderwerkgroep. Aan de hand van een PP-voorstelling schetste hij het ontstaan en de evolutie van de Werkgroep. Deze laatste werd opgericht in 2009 naar aanleiding van het Provinciaal Gals-project waarbij elke gemeente een Limburgse soort adopteert en deze tracht te beschermen.

Er werd gekozen voor het Dwergblauwtje, een zeer zeldzame dagvlinder en Rode lijstsoort voor Vlaanderen. De leden van de werkgroep zijn geëngageerde mensen uit verschillende verenigingen van Groot Bilzen. Omdat het Dwergblauwtje op dat ogenblik ontbrak werd door Milieuschepen Guy Swennen de bescherming van alle dagvlinders in de gemeente voorgesteld.

Belangrijke doelstelling is om een inventarisatie te maken in de gemeente en deze jaarlijks te monitoren. Dit laatste gebeurt door verschillende leden van de Werkgroep en de resultaten vindt men terug op de website: www.bilzenvlinderstad.be. Via allerlei jaarlijkse acties wordt ook de bevolking bij dit project betrokken.

Tot nog toe werden 41 soorten geïnventariseerd van de 53 die in de provincie voorkomen.

Vanaf 2014 werd de doelstelling verruimd naar het beheer van de biotopen van de dagvlinders. Eén van de belangrijkste habitats voor dagvlinders zijn kleine landschapselementen als bermen. Deze vormen onmisbare verbindingen naar de grote natuurgebieden zoals kasteelparken, valleigebieden en veldbosjes in het zuiden naar de natuurgebieden op het Kempens Plateau in het noorden. Er werden drie proefbermen voor maaibeheer in fasen uitgekozen en vooraf werden de hogere planten opgenomen als referentie stelsel. De eerste resultaten in 2015 waren veelbelovend en in 2016 werden 16 bermen, minstens één per deelgemeente, geselecteerd voor gefaseerd maaibeheer. Pas in 2018 zullen de resultaten hiervan bekend gemaakt worden op de website.

De tweede spreker was dhr Filip Konings, milieuambtenaar van de gemeente. Hij gaf aan hoe het beheer in het verleden gebeurde o.a. met schapen in de eerste helft van vorige eeuw. Verder lichtte hij toe dat de uitvoering van dit fasebeheer technisch niet zo eenvoudig is. Immers de gemeente Bilzen bezit drie verschillende bodemtypes: de Zandstreek in het noorden, de Leemstreek in het zuiden en daartussen de Zandleemstreek. Dit uit zich vooral in de aanwezige vegetatie met Struikhei die in het noorden voorkomt en kalkplanten in het zuiden zoals Beemdkroon, Bosrank, Kardinaalmuts e.a.

Mits duidelijke afspraken met de maaier van dienst lukt dit wel waarbij 50 m gemaaid wordt, 50 m niet en het volgende jaar gebeurt dit andersom. De eerste meter wordt wel altijd gemaaid.  Dat dit tot resultaten leidt werd al aangetoond in de drie proefbermen en langs Zangerheidreef waar de Greppelsprinkhaan maximaal van profiteert. Met wegmarkeringen wordt het fasebeheer aangeduid.

De gastspreker van de avond was dhr Arnout Swaenenpoel, een echte Westvlaamse specialist en autoriteit op gebied van bermbeheer.

Hij had het vooral over het niet uitvoeren van het bermdecreet in de grote meerderheid van de gemeenten in Vlaanderen en prees de provincie Limburg dat hier wel veel meer aandacht werd aangegeven. De provincie Limburg is één van de betere leerlingen.

Hij toonde vooral het belang aan van het bermbeheer voor de biodiversiteit. Niet alleen voor dagvlinders is dit belangrijk maar ook voor Bijen, Mieren, Spinnen, Sprinkhanen e.a.ongewervelden,  Vogels, Zoogdieren. Voor akkerkruiden zijn de bermen momenteel van levensbelang in het landbouwgebied. Door voortdurend te veranderen van teelt vindt men geen kruiden meer in de akkers of weilanden. Weilanden met boterbloemen komen in West- en Oost-Vlaanderen bijna niet meer voor.

Ook voor het bermbeheer zelf wist hij ons enorm te boeien met zijn uitgebreide kennis en ervaring. Om de biodiversiteit te verhogen is het van belang niet enkel om gefaseerd beheer in de lengte toe te blijven passen maar ook in de breedte van de berm en in de tijd. Het maaien van de bermen vóór 21 juni volgens het bermdecreet zou beter verschoven worden naar eind april en dient per berm bekeken te worden. Zo krijgen meer soorten planten de gelegenheid om zaden te zetten. Belangrijk in de bermen zijn niet alleen de bloemplanten maar ook de grassen. Heel wat dagvlinders (21 soorten) zijn gebonden aan diverse levensbelangrijke waardplanten in de bermen: Grote brandnetel, Akkerdistel, Jacobskruiskruid, Kaasjeskruiden,Vuilboom, Margriet, vele grassoorten, diverse Wilgen…

Als conclusie mogen we stellen dat we met de Vlinderwerkgroep van de Stad Bilzen in een unieke situatie verkeren in heel Vlaanderen. Op die manier wordt de gemeente op een juiste manier geadviseerd om de biodiversiteit te verhogen.

Alleszins willen we de verschillende milieuschepenen(  Guy Swennen, Fons Caubergh, Veerle Schoenmaekers) van harte bedanken voor hun toewijding en steun aan de Werkgroep evenals de Milieudienst met Filip Konings als stuwende kracht.

 

Jan Gabriëls