Monitoring hogere planten in drie proefbermen van de gemeente Bilzen in 2015

 

  1. 1.      Monitoring in de lente

Op maandag 11 mei en dinsdag 12 mei werden drie proefbermen in de gemeente Bilzen geïnventariseerd op hogere planten. Eerst werd de Hoelbeekstraat onderzocht en daarna Bivelenweg en de Tabaartstraat.  Deze inventarisatie werd uit noodzaak door de verslaggever uitgevoerd.

In het algemeen werden in de drie wegen 24 soorten van 10 families algemeen aangetroffen. Het betreft: Heermoes, Scherpe en Kruipende boterbloem, Gewone hoornbloem, Ringel- en Voederwikke, Hopklaver, Rode klaver, Fluitenkruid, Grote bevernel, Berenklauw, Hondsdraf, Smalle en Grote weegbree, Gewone ereprijs, Madeliefje, Paardebloem, Margriet, Gewoon duizendblad, Knoopkruid, Glanshaver, Zachte dravik, Veldbeemdgras, Straatgras en Kropaar.

Hoelbeekstraat

De Hoelbeekstraat is een vrij lange straat met uitgesproken talud aan de oostkant. Open grazige vegetaties wisselen af met struwelen en bomen. Aan de westzijde is de berm minder uitgesproken en sterker beïnvloed door de aanliggende landbouwpercelen.

Struweelrijke berm nabij de dorpskern van Hoelbeek

 

In totaal werden hier 64 hogere planten geïnventariseerd verdeeld over 25 verschillende families. Heel belangrijk in deze bermen is de talrijke aanwezigheid van Wilde marjolein, een typische plant van kalkrijke bodem.

Van de aanwezige struwelen en bomen noteerden we: Gladde iep, Zomereik, Hazelaar, Haagbeuk, Ruwe berk, Zwarte els, Grauwe en Geoorde wilg, Hondsroos, Vogelkers, Zoete kers, Sleedoorn, Wilde lijsterbes, Tweestijlige meidoorn, Rode kornoelje, Gewone es, Gewone vlier en zelfs Sneeuwbes. De meeste soorten zijn wel typisch voor Haspengouw.

 

Voor de kruiden vermelden we: Look-zonder-look, Slipbladige ooievaarsbek, Akkerwinde,

Kruisbladwalstro, Gewoon reukgras, Ijle en Zachte dravik, Ruw beemdgras e.a.

De bermen worden vooral negatief beïnvloed door de aanwezige landbouw en het sluikstorten van voorbijrijdend vervoer.

 

Bivelenweg

 

 

Grazige berm te Merem

Bivelenweg, volledig gelegen in agrarisch gebied, is vrij open. Enkel vooraan is er een grote Amerikaanse vogelkers die hier niet thuishoort. Hier werden 58 soorten hogere planten opgetekend verdeeld over 18 diverse families.

Het is vooral een kruidenrijke berm waarin op één, weliswaar kleine, plaats Wilde marjolein ontdekt werd. Verder te vermelden zijn: Ruige klaproos, Kluwenhoornbloem, Grasmuur, Sint Janskruid, Zilverschoon, Kruisbladwalstro, Glad walstro, Morgenster, Schermhavikskruid, Gewoon reukgras, Grote vossestaart.Enkele lage struiken van volgende soorten komen verspreid voor : Zomereik, Zwarte els (aan  de rand van de noordelijke berm), Amerikaanse vogelkers, Tweestijlige meidoorn.

Deze weg wordt vooral sterk negatief beïnvloed door de nabije aanwezige landbouwpercelen. Dit komt vooral tot uiting door de aanwezigheid van Grote brandnetel aan de bovenrand van de berm.

Tabaartstraat

Is eveneens een overwegend grazige berm tegenover de woonkern van de Tabaart. Dit betekent dat slechts langs één zijde van de weg deze berm aanwezig is.

Er werden slecht 36 soorten hogere planten genoteerd verdeeld over 14 families.

De bovenzijde van de berm wordt eveneens negatief beïnvloed door de landbouw wat zich uit in vegetaties van Grote brandnetel.

 

Er werden zelfs geen solitaire struiken aangetroffen.  Volgende hogere planten komen er voor: Kluwenhoornbloem, Sint-Janskruid, Slipbladige ooievaarsbek, Dolle kervel, Akkerwinde, Boerenwormkruid, IJle dravik.

  Dagpauwoog Aglais io

 

  1. 2.      Monitoring in de herfst

 

Op donderdag 8 oktober werden de drie bermen opnieuw geïnventariseerd door Jos Vandebroek en Jan Gabriëls. Het was bewolkt fris weer.

In de drie wegen werden 31 soorten van 13 families vrij talrijk opgetekend. Hiervan zijn 14 soorten gemeenschappelijk met de inventarisatie van de lente. Dit zijn: Heermoes, Kruipende boterbloem, Ringel- en Voederwikke, Hopklaver, Berenklauw, Hondsdraf, Smalle en Grote weegbree, Paardebloem, Gewoon duizendblad, Knoopkruid, Glanshaver en Kropaar.

De overige gemeenschappelijke in deze herfstmonitoring zijn: Grote brandnetel, Melganzevoet, Sint-Janskruid, Zilverschoon, Braam, Hondsroos, Zevenblad, Peen, Wilde marjolein, Vlasbekje, Klein streepzaad, Akkerdistel, Boerenwormkruid, Bijvoet, Jacobskruiskruid, Akkermelkdistel en Engels raaigras.

 

Hoelbeekstraat

Hier werden 75 soorten planten aangestreept verdeeld over 31 verschillende families, zes meer dan tijdens de lente opnamen. Wilde marjolein komt overal op de grazige plekken vrij talrijk voor.

 

 Hoelbeekstraat naar de Rijksweg Bilzen-Veldwezelt

 

De reeds hoger vermelde struiken en bomen zijn vooral aan het begin en einde van deze weg talrijk aanwezig. Vooral de grazige stroken zijn voor vele planten belangrijk. We vermelden: Scherpe boterbloem, Hop, Dagkoekoeksbloem, Kantig hertshooi, Heggenrank, Look-zonder-look, Gewone agrimonie, Zoete kers, Gewone rolklaver, Dolle kervel, Grote bevernel, Haagwinde, Kruisbladwalstro, Glad walstro, Scermhavikskruid, Echte kamille en Ruw beemdgras. De aanwezige Maïs beperkt de kruidenrijkdom in de westelijke berm.

 

Bivelenweg

Bij een bezoek op 31 juli bleek deze weg over de hele lengte gemaaid te zijn.

Dit heeft ongetwijfeld een negatieve impact gehad op de aanwezige herfstvegetatie. Er groeiden hier evenveel soorten als in de lente namelijk 58 verdeeld over 20 families, twee meer dan in de lente opname.

Door dit vroege maaien waren alle Wilde marjoleinplanten van in de lente verdwenen maar gelukkig vonden we nog een twintigtal planten op een andere plaats.

Volgende soorten werden waargenomen: Scherpe boterbloem, Zomereik (één struik), Gewone hoornbloem, Kantig hertshooi, Koolzaad, Gewone rolklaver (talrijk), Witte honingklaver, Slipbladige ooievaarsbek, Dolle kervel, Grote bevernel, Heggendoornzaad, Kruisbladwalstro, Heelblaadjes, Ijle dravik, Gewoon struisgras.

 

Tabaartstraat

 

Er waren 53 soorten planten, 17 meer dan in de lente verdeeld over 22 families, acht meer dan in het voorjaar.

Belangrijk zijn: Gewone hoornbloem, Slipbladige ooievaarsbek, Zwarte nachtschade, Haagwinde, Rapunzelklokje (vrij talrijk), Muizenoor, Echte kamille, Gele ganzenbloem.

 

Enkele lage struiken komen er verspreid voor: Hazelaar, Sleedoorn, Wilde lijsterbes, Gewone robinia, Rode kornoelje, Hondsroos.

 Atalanta Vanessa atalanta

 

  1. 3.      Vergelijking van de herfstopnamen in 2014 en 2015

 

Vergelijken we de beide herfst opnamen van 2014 en 2015, dan stellen we toch wat verschillen vast.

 

  • Het aantal soorten hogere planten in de Hoelbeekstraat is gevoelig toegenomen. Dit heeft ongetwijfeld te maken met het maaibeheer in fasen dat goed werd opgevolgd.  Ook het aantal families neemt licht toe ofschoon dit geen echte maatstaf is. De herfstbloeiers zitten voor een groot deel in dezelfde families.
  • Voor de Bivelenweg geldt een lichte stijging van de soortenrijkdom maar de volledige maaibeurt einde juli 2015 is hier zeker een spelbreker geweest. Hierdoor is wellicht ook het aantal families lichtjes gedaald.
  • De soortenrijkdom van de Tabaartstraat blijft nagenoeg beide jaren op peil wat ook kan gezegd worden van het aantal families. Het maaibeheer in fasen werd hier goed uitgevoerd.
  • Bivelenweg evenals Tabaartstraat hebben maar kleine bermen die sterk door de hoger gelegen landbouwpercelen negatief beïnvloed worden. Dit beperkt wellicht gevoelig de verandering in soortenrijkdom als in families.

 

Diversiteit hogere planten in drie bermen van de gemeente Bilzen

 

30 september 2014

8 oktober 2015

Hoelbeekstraat

51

75

Bivelenweg

55

58

Tabaartstraat

51

53

     

Aantal families in drie bermen van de gemeente Bilzen

 

30 september 2014

8 oktober 2015

Hoelbeekstraat

28

31

Bivelenweg

23

20

Tabaartstraat

21

20

 

Voor de volledige tabel , klik op onderstaande link. 

Monitoring oktober 2015

 

 4.      Algemene besluiten

 

  • Het maaibeheer van drie bermen in de stad Bilzen is een zeer belangrijk en veelbelovend wetenschappelijk experiment. Deze inventarisatie dient als referentie voor verder onderzoek naar diversiteit en zeldzaamheid van hogere planten met de aanwezigheid van dagvlinders.
  • Het maaibeheer in fasen werd in de bermen Hoelbeekstraat en Tabaartstraat op een juiste manier uitgevoerd. Jammer dat Bivelenweg al einde juli volledig werd gemaaid. Toch zijn de resultaten, wat de diversiteit betreft sterk uitgesproken in de Hoelbeekstraat en licht stijgend in de overige twee wegbermen.
  • Zeer belangrijk blijft eenzelfde en juist toegepast fasen beheer ieder jaar. De markeringen op de weg zijn een duidelijk zichtbare verbetering voor het toe te passen beheer.
  • Jaarlijks dienen de dagvlinders in deze bermen over het hele vlinderseizoen opgevolgd te worden. Alzo bekomt men een goed beeld van de kwaliteit van de verschillende bermen voor de aanwezige dagvlinders.  Men zou minstens 2 keer per maand een vlindertelling moeten houden in elke berm en dit vanaf april tot half oktober.  Een takenverdeling hiervoor dringt zich op. Dit kan men regelen op een vergadering van de Vlinderwerkgroep.
  • Als de kwaliteit van de bermen beter wordt voor de hogere planten, zal zich dit ook weerspiegelen  in de dagvlinderpopulatie.
  • Vermits de aanwezigheid van landbouwpercelen een negatieve impact heeft op de kwaliteit van de bermen (overal brandnetelvegetaties aan de bovenrand) zullen te lage bermen (Tabaartstraat en gedeeltelijk ook de Bivelenweg) door dit maaibeheer veel langzamer verbeteren.  Wellicht is het aan te bevelen om andere bermen en holle wegen komende jaren in het onderzoek te betrekken.  Het gaat tenslotte over de kwaliteit van alle bermen in de gemeente.

 

Tot slot willen we iedereen van de vlinderwerkgroep uitnodigen om aan deze inventarisatie mee te werken. De bermen zullen elk jaar geïnventariseerd worden en aan de tellingen kan iedereen een steentje bijdragen.

Jos en ikzelf zijn na de inventarisatie 8 oktober een Triple gaan drinken in Hoelbeek. Dit gebeurde uiteraard na de telling.

 

Verslaggever

 

Jan Gabriëls